(K)naplastig: En de dag begon zo goed

Een kijkje in het leven van een speler die iedereen wel goed kent en waarvan we allemaal wel een stukje in ons mee dragen.

Je zit in je oorlogskamer, rustig bezig met je eigen zaken. Zeeslag spelen met een van je Speervechters, aangezien er in de wijde omgeving geen druppel water te bekennen is en je dat oorlogsschip in je kelder eigenlijk voor niets hebt laten bouwen. De deur vliegt open en er staat een bode in de deuropening. Hijgend struikelt hij op je net gepoetste ronde oorlogstafel, zwetend in je bakje met Zeeslagpinnetjes.
Je kijkt op en staart hem recht in de ogen. Nadat je hem eerst hardhandig hebt laten kennismaken met een bepaalde etiquette die in acht genomen dient te worden wanneer men een meerdere wil spreken, geeft de bode je een verzegelde brief. Het zegel op de brief is dat van een naaste stamgenoot. Je verbreekt snel het zegel en je ziet dat het maar een vrij korte brief is:

Beste stamgenoot,
De laatste weken zijn een aantal van mijn
dorpen ten prooi gevallen aan een onprettig
sujet dat zich *‘Richter’ noemt. Hulp is
gewenst.

Je kijkt op en slaat met gebalde vuist op tafel, al je Zeeslagpinnetjes vliegen in het rond. Je weet wat je te doen staat en onderneemt direct actie. Je roept de krijgsheren van je andere vier dorpen bij elkaar en stelt een strategie op in je oorlogskamer.
“We gaan die gast slopen”, zeg je zelfverzekerd. Plannen worden opgesteld om Richter zoveel mogelijk schade toe te brengen. Je spendeert zeker vijf minuten aan het vooraf plannen van je aanvallen. Het ondersteunen van je stamgenoot komt niet eens bij je op, aanval is nou eenmaal de beste verdediging.

Je stormt naar buiten en weer naar binnen bij de lokale Adelshoeve. Je hebt na een aantal weken stilzitten flink kunnen sparen, met andere woorden de lokale bevolking uitgeperst, en kunt per direct vier Adels inhuren. Zonder aarzeling geef je de opdracht tot het in elkaar knutselen van vier blinkende harnassen en stuurt je bodes erop uit om de meeste gespierde binken met halflang blond haar te vinden.

Pakweg acht uur later zit je weer in je oorlogskamer, je plannen uit te leggen aan de, ietwat wat traag van begrip zijnde, blikken helden.
Een van je Adels steekt zijn hand omhoog met een vraag. Je geeft hem het woord en hij vraagt je: ”Hoe ver is het eigenlijk lopen?”
Hier had je eerlijk gezegd nog niet aan gedacht. Afstand maakt toch niet uit als je stam in nood is? Je draait je om naar de grote kaart die op de muur hangt en met een aantal linialen bereken je de ruwe reistijd.
136 uur lopen….. Dat is wel lang. Ach, het zijn maar details! Het gaat erom dat je die Richter helemaal in de pan hakt.

Hoewel het de eerste keer is dat je een aanval inzet met zoveel troepen en maar liefst vier Adels, twijfel je niet aan jezelf. Wat kan er misgaan?

Te paard ga je alle vier je dorpen langs om de troepen te controleren. Je hebt jezelf overtroffen. Je eerste twee dorpen hebben maar liefst allebei 1.200 Speervechters, 800 Zwaardvechters, 500 Lichte Cavalerie en 750 Bijlstrijders. Je derde dorp heeft 3.000 Speervechters en 3.000 Zwaardvechters. Je hoofddorp spant de kroon met 2.000 Speervechters, 1.500 Zwaardvechters, 750 Lichte Cavalerie, 1.000 Bijlstrijders en 50 Rammen! Een machtig leger als het jouwe zal Richter wel van gedachten doen veranderen over het aanvallen van je stamgenoten, al is het te laat.

Je stuurt bericht naar je krijgsheren dat het tijd is om te vertrekken. Je wilt het vertrek uit de vier dorpen zo berekenen dat de aanvallen tegelijk aankomen.
Na een paar uur wachten komen berichten binnen van je vier krijgsheren met hun vertrektijden erin. Je klopt jezelf op de schouder, maar een paar seconden verschil tussen iedere aanval! Je hebt er zelfs aan gedacht om je Adels met verschillende aanvallen mee te sturen. Soms is het luisteren naar advies van stamgenoten best lonend.
Het wachten is begonnen. Over 136 lange uren krijg je bericht van victorie.

Je wacht en wacht. Je houdt jezelf bezig met het uitbouwen van alle gebouwen in je dorpen aangezien je nog wat grondstoffen had liggen. Het is akelig stil in je dorpen, zo zonder leger present. Je hebt gelukkig wel een Speervechter achter de hand gehouden om Zeeslag mee te spelen. Lichtelijk gespannen wacht je en wacht je nog meer.
Na 136 uur verveling sta je bijna huppelend bij de brievenbus, niet meer dan een gleuf die uit je dorpspoort hebt laten snijden (zelf vond je het wel geniaal). Je kijkt enthousiast om je heen, starend voor die bode te paard met het rapport vol heldendaden en natuurlijk de eigendomsakte van je nieuwe dorp. Die bode komt echter niet. Het blijft verdacht stil aan de horizon. Het wordt langzaam aan weer nacht en je gaat teleurgesteld naar je bed.

Misschien heeft de bode wel vertraging opgelopen, dat komt wel vaker voor door die drukte. De kerel moet tenslotte ook nog helemaal terugrijden.
Dagenlang sta je op de dorpsmuur, wachtend op een teken van leven aan de horizon.
Zo ook weer vandaag. Je tuurt de velden af, maar ziet enkel gras.
Plotseling hoor je achter je een geluid uit het bos komen. Je draait je om en kan net op tijd een object ontwijken dat op je afvliegt. Met een luide klap valt het ding naast je neer. Je kijkt omlaag en je blik wordt beantwoord door de dode ogen van het afgehakte hoofd van één van je Adels.

Luide oorlogskreten klinken uit het bos als een leger zo groot als je nog nooit gezien hebt op je dorp af komt gestormd. Je weet wat voor tijd het is, tijd om je biezen te pakken.
Je opent de poort en maakt dat je wegkomt, richting een van je andere dorpen. Net voordat je dorp uit het zicht verdwijnt zie je je Hoofdkwartier in vlammen uitbarstten.

Na een paar uur rijden kruisen twee bodes je pad. Ze hebben alleen maar slecht nieuws. Nog twee van je dorpen zijn overgenomen door Richter. Ze hadden geen enkele kans zonder leger binnen de muren.
Je zet koers naar je laatste dorp.

Na een dag reizen kom je uit het bos en zie je je laatste dorp in de verte.
Als je dichterbij komt valt je op dat het wel akelig stil is in je dorp.
Op de poort steekt een dolk met daaraan een briefje. Je trekt het briefje van de dolk en leest:

Noob.
Gr. Richter

Synopsis: Eerst denken, dan doen

(* naam is verzonnen, overeenkomsten met bestaande spelers is toevallig en onbedoeld.)

 

Naprius is een oud-schrijver van het weekblad, met zijn wekelijks collumn wist hij vriend en vijand te amuseren. Zijn geniale stukjes uit het oude weekblad blijven brandend actueel en zijn cultureel erfgoed van de TribalWars.nl Community.

Één reactie op “(K)naplastig: En de dag begon zo goed

  1. Die persoon die dit geschreven heeft, heeft een goed gevoel voor humor. Mijn complimenten.

    Bloedvechter

Reacties zijn gesloten.